Rente en berekenen

Rente

Afbeelding over het uitrekenen van rente

Rente is een vergoeding voor het lenen van geld. Over de hele Wereld is het gebruik om rente te betalen. Alleen bij lenen van familie is het vragen van rente niet altijd gebruikelijk. In de Islam is het zelfs verboden, maar in het westen is het gemeengoed.

De hoogte van de rente is afhankelijk van de risico’s van de lening en de vergoeding die de uitlener graag wil hebben. Percentages lopen van 1,5% tot 15%. Bij woekerleningen kan die zelfs oplopen tot (heel) ver boven de 25%. Rentepercentages worden meestal per jaar opgegeven.

Nominale en Effectieve rente

Bij renteberekening kan worden gerekend met een nominale rente en een effectieve rente. De nominale rente is de rente die betaald zou moeten worden aan het eind van het jaar. In dat geval wordt gewoon het percentage op het geleende bedrag toegepast.

In de praktijk wordt rente meestal al in de maandelijkse termijnen meegerekend. Hierdoor wordt een deel van de rente eerder verschuldigd en ligt het percentage eigenlijk wat hoger. Ook kan het zijn dat er kosten worden berekend voor het krijgen van de lening. Als alle kosten en de betaling van de rente worden meegerekend, krijgen we de effectieve rente. In Nederland is de officiële term: Jaarlijks KostenPercentage (JKP) Voor meer informatie: Effectieve rente.

Berekenen

Er is een groot aantal manieren om de rente te berekenen. Die hebben allemaal te maken met het bedrag, waarover die rente berekend wordt. Hieronder zullen we een aantal manieren uitwerken, waarmee duidelijk wordt wat de gekozen manier betekent voor de totale kosten van de lening.

Voor de voorbeelden wordt telkens gebruik gemaakt van een lening met de volgende kenmerken:

  • Geleende bedrag: € 24.000,–
  • Looptijd: 10 jaar
  • Rentepercentage: 8% per jaar.
  • Aflossingsperiode: per maand, per kwartaal, per halfjaar, per jaar, of aan het eind van de looptijd

In de voorbeelden wordt uitgegaan van de nominale rente, om de effecten duidelijker te kunnen tonen. Ook worden er geen kosten in de berekening meegenomen.

1. Het origineel geleende bedrag

In de eerste optie wordt de rente berekend over het origineel geleende bedrag. In dit geval dus de volle € 24.000,– euro. De rente bedraagt dan 8% van €24.000,– = € 1.920,– per jaar. Over de volle 10 jaar wordt dus € 19.200,– aan rente betaald. Deze methode wordt vooral gebruikt als de lening, na de looptijd, in één keer moet worden afgelost.

U kunt zo al inschatten dat dit een dure vorm van renteberekening is. Maar let op: Deze leningen (hebben) bestaan! Het was één van de leenvormen van de voormalige DSB. De ‘aflossing’ was geen aflossing maar een bedrag dat werd gespaart op een spaarrekening met een hele lage rente. De lening bleef volledig open staan en dus moest er rente betaald worden over het volle bedrag. Pas aan het eind van de looptijd werd de lening in één keer afgelost.

2. Het openstaande saldo aan het begin van een aflossingsperiode.

Bij deze optie wordt de rente berekend over een steeds lager bedrag. Elke periode wordt imnmers een stukje van de lening afbetaald. Hierdoor wordt het rentebedrag per periode steeds lager en daarmee het totale bedrag aan rente ook.

Als per maand afbetaald moet worden, betaalt u de eerste maand € 160,– aan rente. De tweede maand betaalt u  € 158,67 en de derde maand € 157,33. En zo verder. Als u alle bedragen bij elkaar optelt, komt u in totaal op een rentebedrag van € 9.680,–. Dat is aanzienlijk lager dan de rentekosten van optie 1.

3. Het gemiddelde openstaande saldo over de gehele looptijd.

Bij deze derde optie betaalt u rente over het gemiddeld openstaande saldo. Er wordt van uit gegaan dat er gelijkmatig over de hele looptijd wordt afgelost. Omgerekend komt het erop neer dat er uiteindelijk rente betaald moet worden over de helft van het geleende bedrag.

In het voorbeeld moet rente betaalt worden over € 12.000,–. Het jaarlijkse rentebedrag is daagmee € 960,–. Het totale rentebedrag is € 9.600,–

Met deze methode betaalt u elk jaar een vast bedrag aan rente. De eerste jaren betaalt u te weinig rente. Dit wordt in de tweede helft van de lening weer ingelopen, omdat u dan ‘teveel’ rente betaalt. In deze situatie zal vaak een ‘boete-clausule’ worden opgenomen bij vervroegd aflossen van de lening. Omdat het tekort aan rente uit de eerste helft van de looptijd niet meer kan worden ingelopen.

4. Het gemiddelde openstaande saldo per aflossingsperiode.

Deze optie sluit aan bij de vorige optie. Werd bij de vorige optie het gemiddelde bedrag uitgerekend voor de totale lening, bij deze optie wordt telkens, per periode bekeken wat het gemiddeld openstaande bedrag is, Het verschil met optie drie is, dat u een steeds kleiner bedrag aan rente betaalt.

In ons voorbeeld betaalt u in totaal nog steeds € 9.600,–. Dat is gelijk aan optie drie. Maar de periodebedragen variëren. Als per maand moet worden betaald wordt in de eerste maand een bedrag van € 159,34 aan rente berekend.

5. Speciaal: Annuïteiten-lening.

In de bovenstaande opties wordt telkens uitgegaan van een vast bedrag aan aflossing, per periode. Daarnaast betaalt u een vast, of variabel, bedrag aan rente. Er is ook nog een andere methode: annuïteiten.

Bij een annuïteiten-lening betaalt u per periode een vast bedrag, maar dat bedrag is inclusief de rente. De eerste tijd betaalt u met dat bedrag een hoog rentebedrag en slechts een klein aflossingsdeel. Naarmate het openstaande bedrag van de lening steeds kleiner wordt, wordt er minder rente berekend en wordt het aflossingsdeel steeds groter.

Bij de berekening van de annuïteit wordt rekening gehouden met de looptijd, het vaste rentepercentage en het geleende bedrag. De berekening is vrij ingewikkeld. Bij een annuïteiten-lening is vooraf bekend hoeveel rente er per periode betaald wordt.

Het voordeel van deze methode is dat de uitlener De rente krijgt die hoort bij het openstaande bedrag en de lener de zekerheid heeft over het bedrag dat per maand betaald moet worden. Annuïteiten worden meestal toegepast bij Hypotheken. Bij ‘gewone’ leningen worden ze zelden gebruikt.

In ons voorbeeld hebben Annuïteiten de volgende opbouw: Het bedrag per maand is, gedurende de hele looptijd, € 291,19. Bij de eerste termijn bestaat deze uit € 160,– aan rente en € 131,19 aan aflossing. Bij de laatste termijn  is dat € 1,93 aan rente en €289,26 aan aflossing. In totaal wordt dan € 10.942,80 aan rente betaald.

Bij een Doorlopend Krediet wordt een soortgelijk systeem gebruikt. Er wordt een vast bedrag per maand betaald, waaruit eerst de rente wordt betaald. Wat overblijft is dan de aflossing. Het grote verschil is dat de rente en de looptijd van een Doorlopend Krediet niet vastliggen. Er is dus niet van te voren uit te rekenen welk deel van het maandbedrag rente is en welk deel aflossing. Het vaste maandbedrag is dan ook meestal een percentage (1%, 1.5% of 2%) van het maximaal op te nemen bedrag.

Overzicht

We hebben de vergelijking van hierboven nog even in een overzichtje samengevat. De genoemde bedragen zijn allemaal gebaseerd op een maandelijkse aflossing.

Methode  1  2  3  4  5
 Geleend bedrag € 24.000,– € 24.000,– € 24.000,– € 24.000,– € 24.000,–
 Hoogste maandbedrag € 360,– € 360,– € 280,– € 359,34 € 291,19
 Laagste maandbedrag € 360,– € 201,34 € 280,– € 200,67 € 291,19
 Totaal betaald € 43.200,– € 33.680,– € 33.600,– € 33.600,– € 34.942,80
 Betaalde rente € 19.200,– € 9.680,– € 9.600,– € 9.600,– € 10.942,80

U ziet dat de eerste methode veruit de duurste is. Zelfs als op het gespaarde bedrag een hoge rente van 2% zou worden gegeven, komt deze methode het hoogste uit. Die gegeven rente haalt hooguit € 3.500,– van de prijs af.

Methode 3 en 4 zijn het voordeligst, waarbij methode 3 het beste lijkt, omdat niet in het begin een extra hoog bedrag moet worden afgelost. Voor de uitlener is dit een wat minder gunstige optie, omdat in de eerste helft van de lening te weinig rente binnenkomt. Als er tijdens de looptijd van de lening iets veranderd kan dit leiden tot een ‘te laag rendement’ voor de uitlener. De uitlener zal dan een ‘boete-clausule’ opnemen in het contract. Dit is dan niet zozeer een boete, alswel een naheffing van te weinig betaalde rente tot dan toe.

Weinig keuze

Als u financieel moeilijke tijden beleeft, is er wellicht niet zoveel te kiezen, waar het de wijze van berekenen betreft. Als er dringend geld nodig is, is elke strohalm er één. Als u wel kunt kiezen, is het handig om enig inzicht te hebben in de effecten.